Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Onder 4.22. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:385.

Chevron en TexPet hebben hun stelling dat Chevron als Releasee dient te worden beschouwd onderbouwd met een beroep op de overwegingen van het Scheidsgerecht dienaangaande (in de Third Interim Award en de First Partial Award). Ecuador heeft deze stelling slechts betwist door het in de dagvaarding vervatte betoog dat het Scheidsgerecht hiertoe ten onrechte heeft geoordeeld, ter onderbouwing waarvan zij heeft volstaan met de enkele, niet toegelichte verwijzing naar processtukken uit de arbitrale procedure. Nu aldus voor de rechtbank en de wederpartijen niet voldoende duidelijk is wat de exacte grondslag van dit verweer is, dient aan dit niet gesubstantieerde verweer voorbij te worden gegaan (vgl. HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7201). De rechtbank maakt het oordeel van het Scheidsgerecht, inhoudende dat Chevron Releasee is, tot het hare. Daarbij is van belang dat het Scheidsgerecht na uitvoerig partijdebat en consultatie van drie (juridisch) deskundigen en vergelijking van de Spaanstalige en Engelstalige versie van de 1995 Settlement Agreement tot het oordeel is gekomen dat Chevron als moedermaatschappij van TexPet valt onder het begrip “ principals and subsidiaries” (principales y subsidiarias) uit artikel 5.1.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560, en de alinea staat in dat document op bytes 60746 tot 62032.