Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Onder 4.34. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:385.

De rechtbank stelt vast dat in de First Interim Award (op pagina 14, midden) melding wordt gemaakt van de ontvangst van de brieven van 4 en 12 januari 2012 met bijlagen van de zijde van Chevron en TexPet waarin om Interim Measures wordt verzocht. Uit laatstgenoemde brief is voorts geciteerd, onder meer dat Chevron en TexPet menen dat zij daarmee “ have presented a prima facie case on the merits, including prima facie evidence that the claims involved in the Lago Agrio Litigation have been settled and released by Government, that the Lago Agrio Litigation has been tainted by fraud and/or serious due process violations ”. Uit de als productie G-24 in het geding gebrachte brief van 4 januari 2012 blijkt dat daarin reeds gemotiveerd is betoogd dat sprake was geweest van “ ghostwriting ” van het vonnis in eerste aanleg en inmenging van de Ecuadoraanse overheid. Nadat in het First Interim Award onder meer de schriftelijke reactie van Ecuador op genoemde brieven en een procedural meeting zijn benoemd, volgt de volgende overweging van het Scheidsgerecht: “ The tribunal has considered the Parties’ several submissions on their respective applications to the Tribunal and further considered all relevant circumstances current in this arbitration […] ”, waarna de voorlopige voorzieningen volgen. De Second Interim Award kent een soortgelijke motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560, en de alinea staat in dat document op bytes 76975 tot 78533.