Citaat | Rechtbank Den Haag 15 april 2016
Onder 1.1. Rechtbank Den Haag 15 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 15 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4049.
Bij tussenvonnis van 31 maart 2016 heeft de voorzieningenrechter – kort samengevat en voor zover nu nog relevant – overwogen voornemens te zijn op de voet van artikel 392 Rv een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen en zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 9 april 2016 schriftelijk uit te laten over de inhoud van de te stellen prejudiciële vraag (vragen). In rechtsoverweging 4.7 van het tussenvonnis heeft de voorzieningenrechter overwogen welke vraag hij voornemens is aan de Hoge Raad te stellen (hierna te noemen: de vraag). Bij brief van 8 april 2016 heeft de Staat zich hierover uitgelaten. Nadat NVSA c.s. toestemming hebben gevraagd en gekregen uiterlijk op 11 april 2016 te mogen reageren, hebben zij zich vervolgens bij brief van 11 april 2016 uitgelaten over de inhoud van de aan de Hoge Raad te stellen prejudiciële vraag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54, en de alinea staat in dat document op bytes 6783 tot 7669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54 | shasum -a 256