Citaat | Rechtbank Den Haag 15 april 2016

Onder 2.1. Rechtbank Den Haag 15 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 15 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4049.

De Staat heeft in de brief van 8 april 2016 allereerst gesteld dat hij van oordeel is dat artikel 392 lid 1 sub b Rv niet van toepassing is, omdat met de zinsnede “talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen” uit dat artikel wordt gedoeld op vergelijkbare civielrechtelijke geschillen en niet op geschillen in strafzaken. Hoewel partijen uitsluitend in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de inhoud van de aan de Hoge Raad te stellen prejudiciële vraag – omdat partijen zich ter zitting al hadden uitgelaten over het (mogelijke) voornemen om een prejudiciële vraag te stellen – overweegt de voorzieningenrechter over dit standpunt van de Staat volledigheidshalve als volgt. Daargelaten het belang van de te stellen prejudiciële zaak voor strafzaken zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter “talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende” civielrechtelijke geschillen te voorzien. Voorzienbaar is immers dat advocaten die zich belemmerd achten bij het verlenen van verhoorbijstand aan hun cliënten in concrete situaties op grond van onrechtmatige daad een ordemaatregel in kort geding zullen vorderen. Anders dan de Staat is de voorzieningenrechter derhalve van oordeel dat (ook) talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende civielrechtelijke geschillen aan de orde zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54, en de alinea staat in dat document op bytes 8007 tot 9372.