Citaat | Rechtbank Den Haag 15 april 2016

Onder 2.4. Rechtbank Den Haag 15 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 15 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4049.

De voorzieningenrechter overweegt allereest dat hij, anders dan door NVSA c.s. voorgesteld, geen aanleiding ziet in de prejudiciële vraag duidelijkheid te vragen over de grondslag van het door de Hoge Raad geformuleerde recht op verhoorbijstand, nu het recht op verhoorbijstand met ingang 1 maart 2016 (en de in verband daarmee opgestelde Beleidsbrief OM) is gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2015. De voorzieningenrechter beoogt duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of de Beleidsbrief OM in overeenstemming is met de in het arrest van 22 december 2015 geformuleerde norm. Zoals reeds is overwogen kan uit de Richtlijn thans nog geen recht op verhoorbijstand worden afgeleid, omdat de implementatietermijn van de Richtlijn nog niet is verstreken. Voorts is de Hoge Raad ook in het arrest van 22 december 2015 duidelijk over zijn standpunt dat naar zijn oordeel uit de jurisprudentie van het EHRM geen ongeclausuleerd recht op verhoorbijstand kan worden afgeleid. In zoverre zullen de voorstellen van NVSA c.s. ten aanzien van de te stellen vragen dan ook niet worden overgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31cf8ff5492214f11d1bf6593132f158412bd8f431d2a147c26d7af4b1f5ec54, en de alinea staat in dat document op bytes 14566 tot 15688.