Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 5.21. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4229.
Alle partijen zijn ingegaan op de betekenis van de statenpraktijk. De rechtbank zal (de betekenis van) deze praktijk bij haar oordeel over artikel 45 lid 1 ECT buiten beschouwing laten. Dit is overigens ook het primaire standpunt van gedaagden (zie de conclusie van antwoord, 145 en de conclusie van dupliek, 56). Artikel 31 lid 3 aanhef en onder b WVV verbindt aan toekenning van relevantie aan de statenpraktijk immers de voorwaarde dat door dit latere gebruik overeenstemming van de partijen over de uitleg van het desbetreffende verdrag is ontstaan. Met andere woorden: aan deze praktijk kan alleen gewicht worden toegekend als de betrokken staten – uitdrukkelijk of impliciet – haar hebben aanvaard. Geen van partijen heeft gesteld dat sprake is van een (brede) uitvoeringspraktijk die door alle betrokken staten wordt gedragen. Ook overigens is daarvan niet gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b, en de alinea staat in dat document op bytes 162732 tot 163658.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b | shasum -a 256