Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 5.32. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4229.
Gegeven de betekenis die de rechtbank aldus aan de Limitation Clause van artikel 45 lid 1 ECT toekent, rijst de – tussen partijen ook in geschil zijnde – vraag of het in artikel 26 ECT neergelegde arbitraal beding, waaraan het Scheidsgerecht zijn bevoegdheid heeft ontleend, in overeenstemming is met het Russisch recht. Dit beding heeft, zo volgt uit lid 1 van dit artikel 26, betrekking op “disputes between a Contracting Party and an Investor of another Contracting Party relating to an Investment of the latter in the Area of the former, which concern an alleged breach of an obligation of the former under Part III” . Artikel 26 schept dus alleen een mogelijkheid tot arbitrage voor een (beweerde) schending van verplichtingen die zijn neergelegd in Deel III van het Verdrag (“Bevordering bescherming en behandeling van investeringen” ). Een van de daarin neergelegde verplichtingen is te vinden in artikel 10 ECT. Deze bepaling verplicht de verdragsluitende partijen er onder meer toe investeringen van buitenlandse investeerders eerlijk en billijk te behandelen en zich te onthouden van discriminatoire maatregelen die (het gebruik van) deze investeringen belemmeren. Een andere verplichting (tot een nalaten) is neergelegd in artikel 13 ECT. Daarin is, kort gezegd, bepaald dat investeerders niet mogen worden genationaliseerd, onteigend of onderworpen aan maatregelen met een soortgelijk effect als nationalisatie of onteigening. De verplichtingen uit artikel 10 en 13 ECT kunnen door verwijzingen in artikel 21 ECT, dat gaat over “belastingen”, ook betrekking hebben op belastingen of belastingmaatregelen van verdragsluitende partijen. De schadevergoedingsvorderingen van gedaagden in de Arbitrage zijn gegrond op de stelling dat de Russische Federatie deze verplichtingen heeft geschonden. De door gedaagden gestelde schending van de in artikel 10 ECT neergelegde verplichtingen bestaat volgens hen onder meer in het belemmeren van een behoorlijke rechtsgang en een eerlijk proces, meer specifiek door de talloze huiszoekingen en inbeslagnemingen, het achterwege laten van behoorlijke kennisgevingen van bestuurshandelingen, het niet zijn gehoord door een onpartijdige rechter, de veilingverkoop van Yuganskneftegaz (YNG) en het aanhangig maken van de faillissementsprocedure tegen Yukos. Gedaagden hebben hun stelling over schending van de verplichtingen uit artikel 13 ECT op een aantal omstandigheden gegrond, waarvan een deel ook ten grondslag is gelegd aan de schending van artikel 10. Daarbij gaat het onder meer om de inbeslagneming van de door gedaagden in Yukos gehouden aandelen, de naheffingsaanslagen over de jaren 2000-2004, de verkoop van YNG op een schijnveiling en het initiëren van het faillissement van Yukos. Deze omstandigheden hebben volgens gedaagden ertoe geleid dat zij geheel en al van hun investering zijn beroofd. Zij kwalificeren die als een onteigening. Het Scheidsgerecht heeft in de Final Awards de schending van artikel 13 ECT aangenomen en is daarom niet toegekomen aan een oordeel over de gestelde schending van artikel 10 ECT.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b, en de alinea staat in dat document op bytes 175828 tot 179000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b | shasum -a 256