Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Onder 5.71. Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4229.

Anders dan het Scheidsgerecht klaarblijkelijk heeft geoordeeld, verschaffen noch de hiervoor genoemde bepalingen van de FLIT, noch die van het WVV, een zelfstandige – los van de verdragstekst van de ECT bestaande – grondslag voor een ongelimiteerde voorlopige gebondenheid aan het Verdrag. Zowel artikel 2 onder c FLIT (en artikel 12 WVV) als artikel 23 lid 1 FLIT (en artikel 25 WVV) verwijzen voor de betekenis van de ondertekening van een verdrag en voor de mogelijkheid – en dus ook de reikwijdte – van de voorlopige toepassing uitdrukkelijk naar datgene wat op concreet verdragsniveau daarover wordt bepaald. Anders gezegd: of een ondertekenende staat op basis van een voorlopige toepassing gebonden is aan een verdrag, wordt dus niet bepaald door de algemene bepalingen van de FLIT en het WVV, maar door het verdrag zelf. Om dezelfde reden biedt ook artikel 11 FLIT, dat uitsluitend betrekking heeft op het tot ondertekening bevoegde orgaan, geen zelfstandige grond voor de voorlopige toepasselijkheid van een verdragsbepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b, en de alinea staat in dat document op bytes 233271 tot 234361.