Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 5.72. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4229.
In artikel 39 ECT is – in overeenstemming met de terminologie van artikel 14 WVV en artikel 6 FLIT – de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring aangewezen als instrument voor de inwerkingtreding van het Verdrag. De inwerkingtreding kan dus niet plaatsvinden door ondertekening. Dat staat ook niet ter discussie. Ook voor het Scheidsgerecht is, gezien zijn overwegingen in 382 en 385 van de Interim Awards, kennelijk uitgangspunt geweest dat de ondertekening door Davydov niet de in artikel 39 ECT vereiste ratificatie kan vervangen en slechts betrekking heeft op de voorlopige toepassing van de ECT. Door aan de ondertekening van de ECT niettemin het effect toe te kennen van een ongeclausuleerde instemming van de Russische Federatie met een voorlopige gebondenheid aan het Verdrag en dus ook aan artikel 26 ECT, heeft het Scheidsgerecht onvoldoende onder ogen gezien dat de reikwijdte van de ondertekening uitdrukkelijk was beperkt door de Limitation Clause van artikel 45. Zoals hiervoor is overwogen, vloeit uit artikel 45 ECT, in de uitleg die de rechtbank voor juist houdt, immers voort dat de mogelijkheid van de voorlopige toepassing is toegespitst op en afhangt van de verenigbaarheid van afzonderlijke verdragsbepalingen met het nationale recht van een Ondertekenende Partij. Uit de verdragstekst volgt dus dat de Russische Federatie door de ondertekening van de ECT uitsluitend (voorlopig) gebonden was aan de arbitrageclausule van artikel 26 voor zover deze clausule verenigbaar was met Russisch recht. De genoemde algemene bepalingen van de FLIT zijn dan ook niet redengevend voor het door het Scheidsgerecht gegeven oordeel. Met de uitleg die het Scheidsgerecht daaraan heeft gegeven, heeft het in wezen elke betekenis aan de Limitation Clause en de in artikel 39 ECT neergelegde eis van bekrachtiging ontnomen. Goed beschouwd brengt dit oordeel mee dat aan iedere verdragsbepaling, ook als de voorlopige toepassing daarvan zich niet verdraagt met de nationale (grond)wetgeving, volledige werking toekomt. Deze visie is alleen begrijpelijk indien de Limitation Clause als een ‘alles of niets”-bepaling wordt beschouwd. Deze interpretatie is echter, zoals reeds is uiteengezet, niet die van de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b, en de alinea staat in dat document op bytes 234591 tot 236831.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b | shasum -a 256