Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 5.93. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4229.
De hiervoor besproken grondwettelijke beperkingen brengen mee dat verdragen die een afwijking van of een aanvulling op nationaal Russisch recht vormen, niet op basis van de enkele ondertekening kunnen worden toegepast maar voorafgaande ratificatie verlangen. In overeenstemming hiermee gelden deze beperkingen evenzeer indien verdragen, zoals de ECT, op voorlopige basis toepassing vinden. Zoals eerder in dit vonnis overwogen, onderwerpt de Russische Federatie zich door artikel 26 ECT aan investeringsgeschillen waarin haar door buitenlandse investeerders schending van rechtsnormen van hoofdstuk III van de ECT kan worden tegengeworpen. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het Russische recht geen afzonderlijke wettelijke basis biedt voor de beslechting van dit soort geschillen door internationale arbitrage. Artikel 26 ECT houdt ten opzichte van het bestaande Russische recht een nieuwe vorm van geschilbeslechting in, te weten een vorm waarbij de soevereiniteit van de Russische Federatie ten aanzien van geschilbeslechting van internationale geschillen met een publiekrechtelijk karakter in zoverre wordt ingeperkt dat niet langer de overheidsrechter maar een internationaal scheidsgerecht de bevoegdheid zou krijgen te oordelen over de uitoefening van publiekrechtelijk overheidshandelen. De Grondwet en het daarin verankerde beginsel van de machtenscheiding verzetten zich ertegen dat een vertegenwoordiger van de uitvoerende macht de Russische Federatie zou kunnen binden aan artikel 26 ECT. Dit betekent, zoals ook de deskundigen Avakiyan (opinie van 21 februari 2006, bladzijden 8 en 9) en Baglay (opinie, bladzijde 5) hebben betoogd, evenals overigens A. Martynov, die destijds namens het Ministerie van Buitenlandse Economische Betrekkingen van de Russische Federatie heeft deelgenomen aan de onderhandelingen over de ECT in een opinie van 14 december 2006, dat voorlopige toepassing van artikel 26 ECT in strijd is met de grondwettelijke verdeling van de bevoegdheden van de uitvoerende, de wetgevende en de rechtsprekende macht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b, en de alinea staat in dat document op bytes 258645 tot 260712.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b | shasum -a 256