Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 5.94. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4229.
Aan dit oordeel doet niet af hetgeen in artikel 23 lid 2 FLIT ter aanvulling op de algemene regel van artikel 23 lid 1 FLIT is bepaald. Op grond van dit tweede lid moet een verdrag waarvan de vaststelling door een federale wet moet plaatsvinden en dat voorziet in de voorlopige toepassing, binnen een termijn van zes maanden aan het Federale Parlement worden voorgelegd. Zo al niet moet worden geoordeeld dat – gegeven het toetsingskader van artikel 45 ECT lid 1 en het daarbinnen aan de constitutie toegekende belang – voorlopige toepassing van de arbitrageclausule van artikel 26 ECT zich van meet af aan niet verdroeg met de Grondwet en het daaruit voortvloeiende beginsel van de machtenscheiding, heeft in elk geval te gelden dat na het einde van deze termijn van zes maanden de voorlopige toepassing daarmee niet langer in overeenstemming was. Het notificatievereiste van artikel 23 lid 3 FLIT, dat de beëindiging van de voorlopige toepassing afhankelijk stelt van de kennisgeving aan de andere staten die het verdrag voorlopig toepassen, maakt dit oordeel niet anders. Met zijn oordeel (in 387 en volgende van de Interim Awards) dat de grens van zes maanden een louter intern vereiste is, heeft het Scheidsgerecht ook in deze context de betekenis van de Limitation Clause onvoldoende onderkend. Deze clausule heeft juist betrekking op strijdigheid van de voorlopige toepassing van verdragsbepalingen met intern Russisch recht, waaronder de Grondwet. Kortom, de Limitiation Clause stond, bij gebreke van instemming van de wetgevende macht, in de weg aan een langere voorlopige toepassing van artikel 26 ECT dan gedurende die zes maanden. De rechtbank verwijst in dit verband naar de bladzijden 39 en volgende van de uitgebreide opinie van Nussberger en de daarin verwerkte Russische doctrine, alsmede naar de opinie van 29 juni 2006 van Avakiyan. Evenmin komt in dit verband afzonderlijke betekenis toe aan het onder 5.29 van dit vonnis besproken artikel 45 lid 3 ECT. Ook in zoverre deelt de rechtbank de opvatting van het Scheidsgerecht niet. Zoals overwogen, beperkt artikel 45 lid 3 ECT door de uitdrukkelijke verwijzing naar het eerste lid de voortdurende werking op dezelfde wijze als de Limitation Clause.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b, en de alinea staat in dat document op bytes 260943 tot 263179.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3405e76c910bf2a6b1a496772effa9493a145cb28d63105850491b50f0fecf7b | shasum -a 256