Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Onder 4.13. Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4231.

De zojuist genoemde schending brengt met zich dat op de Staat een verplichting rust tot rechtsherstel. Gezien hetgeen onder 2.8 is opgenomen, gaan kennelijk (uiteindelijk) ook de RDW en de ABRvS hiervan uit, evenals de Staat zelf, nu de Staat op 25 april 2012 een groot aantal in 2008 en 2009 opgelegde sancties op nihil heeft gesteld en reeds betaalde boeten (waarvan de onderliggende boetebesluiten kennelijk formele rechtskracht toekwamen) aan [eiser] heeft terugbetaald. Bij gebreke van aanwijzingen van het tegendeel dient ervan te worden uitgegaan dat de achteraf op nihil gestelde boeten destijds de feitelijke grondslag hebben gevormd voor de machtiging tot gijzeling op grond waarvan [eiser] begin 2011 gegijzeld is geweest. Daarbij komt dat bedoelde nihilstelling impliceert - en de Staat heeft ook niet anders betoogd - dat de betrokken boeten verband houden met kentekenregistraties die voorkomen hadden kunnen worden indien swift administrative action was gevolgd op de onder 2.1 bedoelde aangifte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6, en de alinea staat in dat document op bytes 41072 tot 42132.