Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 4.14. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4231.
De zwaarwegende verplichting van de Staat tot rechtsherstel bij schending van fundamentele rechtsbeginselen die in dit geval dus ook door de ABRvS en de Staat zelf is onderschreven, nopen tot vergoeding van schade ten aanzien van de in gijzeling doorgebrachte dagen naar analogie van de “gebleken onschuld-jurisprudentie”. Nu de tenaamstelling van voertuigen die op naam van [eiser] geregistreerd zijn geweest, vanwege de schending van artikel 8 EVRM met terugwerkende kracht vervallen zijn verklaard, is immers de rechtvaardiging komen te ontvallen aan niet alleen het opleggen van de betrokken boeten, maar ook aan het gebruik van de op grond van deze boeten verkregen machtiging tot gijzeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6, en de alinea staat in dat document op bytes 42727 tot 43440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6 | shasum -a 256