Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Onder 3.2.4. Rechtbank Den Haag 20 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4231.
[eiser] stelt voorts dat - in strijd met het bepaalde in artikel 430, derde lid, Rv - noch de rechterlijke machtigingen tot gijzeling, noch de gijzelingsbevelen aan hem zijn betekend. Er is hem dan ook niet aangezegd zijn verplichtingen binnen twee dagen na te komen. Deze beschikkingen zijn dan ook nietig. Daarbij komt dat de rechtmatigheid van de gijzelingen van [eiser] niet binnen 87 uur na tenuitvoerlegging door een onafhankelijke rechter is getoetst (vgl. EHRM 29 november 1988, “Brogan”, NJ 1989, 815) en dat [eiser] niet onmiddellijk na de beneming van zijn vrijheid in de gelegenheid is gesteld een advocaat te consulteren (vgl. EHRM 27 november 2008, “Salduz”, NJ 2009, 214), hetgeen te meer klemt, nu [eiser] onmachtig was te betalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6, en de alinea staat in dat document op bytes 26154 tot 26934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6 | shasum -a 256