Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Onder 4.1. Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4231.

[eiser] stelt de Staat aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad. De rechtbank begrijpt de vorderingen van [eiser] aldus, dat zij in de kern genomen erop neerkomen dat de onrechtmatigheid is gelegen in de omstandigheid dat [eiser] jarenlang boeten zijn opgelegd en dat hij bovendien in gijzeling is genomen op grond van overtredingen van de Wahv, ondanks dat in ieder geval vanaf de aangifte van vermissing van zijn rijbewijs op 4 december 1995 duidelijk was dat hij slachtoffer is van identiteitsfraude. Die identiteitsfraude was voor wat betreft de op zijn naam gestelde motorrijtuigen (in ieder geval deels) voorkomen, aldus [eiser] , indien dit rijbewijs direct na de aangifte ongeldig was verklaard (vgl. 3.2.1). Voorts is de onrechtmatigheid volgens [eiser] erin gelegen dat de procedures die hebben geleid tot bedoelde boeten en gijzeling en de procedures die de tenuitvoerlegging daarvan betreffen, in strijd zijn met fundamentele rechtsbeginselen (3.2.2 en 3.2.3), althans dat in die procedures wettelijke voorschriften en fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden (3.2.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a3cf2527fb677e603d0e5eebfe602c774143d4d212b2242ce4033a2b020edc6, en de alinea staat in dat document op bytes 28093 tot 29206.