Citaat | Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Alinea 32 Rechtbank Den Haag 20 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4281.

9. Eiser heeft betwist dat hij in Afghanistan vanwege zijn etniciteit niet te vrezen heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag dan wel voor behandeling in strijd met het EVRM. Uit het Algemeen ambtsbericht Afghanistan van september 2014 volgt dat de Afghaanse autoriteiten nauwelijks tot niet in staat zijn bescherming te bieden aan de Afghaanse bevolking tegen geweld. Een individu is daarvoor in de eerste plaats afhankelijk van zijn eigen netwerk en familierelaties. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat eiser nooit in Afghanistan heeft gewoond, zijn ouders dit land zijn ontvlucht lang voor eisers geboorte en eiser geen familie en/of sociaal netwerk in Afghanistan heeft. Uit het rapport van het UW Institute for Peace van januari 2016 volgt onomstotelijk dat het voor asielzoekers die terug dienen te keren naar Afghanistan onmogelijk is om daar een bestaan op te bouwen. Discriminatie van Hazara’s komt nog steeds voor in de vorm van illegale belastingheffing, gedwongen rekrutering en dwangarbeid, fysieke aanvallen en detentie. De veiligheidssituatie voor Hazara’s verslechtert. Eiser heeft onder meer verwezen naar een bericht van Amnesty International van 15 maart 2013.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b968ce4fe1dc1e05ade579b8e8ea42c3716e667bae376643d6153ec9bfd851a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b968ce4fe1dc1e05ade579b8e8ea42c3716e667bae376643d6153ec9bfd851a2, en de alinea staat in dat document op bytes 13363 tot 14582.