Citaat | Rechtbank Den Haag 10 mei 2016

Onder 3.1 Rechtbank Den Haag 10 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4929.

De rechtbank dient daarom in de eerste plaats de vraag te beantwoorden of het verdachte is geweest die de aangevers/aangeefsters heeft gebeld met een dergelijke mededeling. Indien de rechtbank dat bewezen acht zal zij zich moeten uitspreken over de vraag of verdachte zich door aldus te handelen heeft schuldig gemaakt aan dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 30215 tot 30614.