Citaat | Rechtbank Den Haag 10 mei 2016
Onder 3.4 Rechtbank Den Haag 10 mei 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4929.
Op 6 maart 2015 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan en daarbij verklaard dat zij op 2 maart 2015 werkzaam was bij [bedrijf 1] te Den Haag. Omstreeks 16.50 uur hoorde zij de telefoon overgaan en nadat zij deze had opgenomen hoorde zij een man vragen of zij mevrouw [slachtoffer 1] was. Toen zij zei dat dat klopte, zei de man dat hij van de politie was en vroeg of zij rustig kon gaan zitten. Hierop vertelde de man dat de moeder van [slachtoffer 1] bij een woningoverval met meerdere messteken om het leven was gebracht. Op het moment dat de man dit tegen haar zei, voelde het alsof haar leven instortte. Vervolgens vertelde de man dat er in de woning van de moeder een briefje was aangetroffen, waarop in het Arabisch stond geschreven: “uw dochters zijn de volgende.” Het gesprek heeft ongeveer 15 minuten geduurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 34303 tot 35201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c | shasum -a 256