Citaat | Rechtbank Den Haag 10 mei 2016
Onder 3.4 Rechtbank Den Haag 10 mei 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4929.
Op 19 februari 2015 heeft [slachtoffer 11] aangifte gedaan en daarbij verklaard dat zij dezelfde dag omstreeks 07.55 uur de telefoon heeft opgenomen bij haar werk, [bedrijf 11] te Nijmegen. Vervolgens hoorde zij een man zeggen dat hij van de technische recherche was en dat hij slecht nieuws had. Aangeefster schrok heel erg en dacht gelijk dat haar man was overleden. Ze riep: “Er is toch niets mis met mijn man?”. Daarop zei de beller dat haar man was overleden aan een acute hartstilstand, dat ze hebben geprobeerd hem te reanimeren maar dat dat niet mocht baten. Aangeefster kreeg het gevoel dat haar wereld in elkaar stortte en was enorm overstuur. Even later zei de man dat er een auto-ongeluk was gebeurd, dat ook haar kinderen daarbij betrokken waren en dat haar zoon een ernstig trauma had opgelopen. De man was gedurende het hele gesprek heel kalm.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 46681 tot 47621.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c | shasum -a 256