Citaat | Rechtbank Den Haag 10 mei 2016

Onder 3.4 Rechtbank Den Haag 10 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4929.

De aangevers/aangeefsters zijn bijna allen – met uitzondering van [slachtoffer 15] (wiens huistelefoon tevens de telefoon van zijn Bed & Breakfast was) en aangever [slachtoffer 4] (die is gebeld naar aanleiding van een telefoontje naar het werk van zijn zus) – gebeld op een telefoonnummer van hun werk. Zij waren op het moment van bellen (onder meer) werkzaam in de detailhandel, in de horeca en bij uitzendbureaus. De door verdachte gepleegde telefoongesprekken waren steeds op tijdstippen waarop het gebruikelijk is dat er gebeld wordt naar dergelijke bedrijven. Zo werd er door verdachte vroeg in de morgen gebeld naar bakkerijen en belde verdachte tegen het einde van de middag naar cafés en restaurants. De rechtbank overweegt dat het voor werknemers – wanneer zij binnen de gebruikelijke werktijden de werktelefoon opnemen – niet gangbaar is dat er voor hen persoonlijk wordt gebeld. Als dit toch gebeurt, dan zal dit door hen worden opgevat als dat er iets bijzonders aan de hand is. Aldus is sprake van onverhoeds bellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28f1e7c2c4655b3bc1b6cf8bb1ba2e25d85307914f2d7ad37b6bbef827b16d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 54605 tot 55661.