Citaat | Rechtbank Den Haag 6 januari 2016

Onder 2.7. Rechtbank Den Haag 6 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:499.

Bij brief van 5 november 2015 heeft de advocaat van [eiser] namens zijn cliënt de afdeling bezwaar en beroep van het CBR verzocht het besluit te herzien, aangezien [eiser] een rijbewijs nodig heeft voor zijn werk. Het CBR heeft dit verzoek bij besluit van 18 december 2015 afgewezen, samengevat omdat zich na het (in rechte onaantastbare) besluit geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden hebben voorgedaan die tot een heroverweging van het besluit nopen. Aan het slot van dit besluit is vermeld dat [eiser] , indien hij het niet eens is met het besluit, volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen zes weken een bezwaarschrift kan indienen bij de algemeen directeur van het CBR en dat hij, als hij de uitkomst van de bezwaarprocedure niet wil afwachten, voorlopige voorzieningen kan vragen bij de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deb777237ad8114f14fc43ec932452ede456570abf5d054bf2bb6993cf12e1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deb777237ad8114f14fc43ec932452ede456570abf5d054bf2bb6993cf12e1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 11935 tot 12778.