Citaat | Rechtbank Den Haag 6 januari 2016

Onder 4.1. Rechtbank Den Haag 6 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:499.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het CBR onrechtmatig jegens hem handelt. Daarmee is in zoverre de bevoegdheid van de burgerlijke rechter – in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding – tot kennisneming van de vorderingen gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/deb777237ad8114f14fc43ec932452ede456570abf5d054bf2bb6993cf12e1b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt deb777237ad8114f14fc43ec932452ede456570abf5d054bf2bb6993cf12e1b0, en de alinea staat in dat document op bytes 15784 tot 16068.