Citaat | Rechtbank Den Haag 4 mei 2016

Onder 4.3 Rechtbank Den Haag 4 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5043.

[eiser] stelt in dat verband dat hij door de ordemaatregel in zijn persoon is aangetast in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW, hetgeen de Staat betwist. De kantonrechter begrijpt die stelling van [eiser] aldus dat hij bedoelt te betogen dat hij ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast in de zin van dat artikel. Van lichamelijk letsel of een schending van zijn eer of goede naam is immers niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/965c94b039146e78f81cc96daaa0283adcf46452a0be8008a15f8ffc8be97ec6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 965c94b039146e78f81cc96daaa0283adcf46452a0be8008a15f8ffc8be97ec6, en de alinea staat in dat document op bytes 14605 tot 15047.