Citaat | Rechtbank Den Haag 7 januari 2016

Onder 2.3. Rechtbank Den Haag 7 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 7 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:548.

De griffier voert primair aan dat La Mouette in haar verzet niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat het verzet te laat is ingediend. Het verzet had uiterlijk op 5 september 2015 - binnen één maand ná de betaling op 5 augustus 2015 - moeten worden ingesteld. Het verzet is na het verstrijken van de daarvoor geldende wettelijke termijn ingesteld. Subsidiair concludeert de griffier tot ongegrondverklaring van het verzet. De vordering tot betaling van een concreet bedrag aan buitengerechtelijke kosten dient te worden aangemerkt als een geldvordering, die dient te worden meegenomen bij de vaststelling van de hoogte van het griffierecht, aldus de griffier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/359c8c5aa709d2ae02bc28bc9b36ba56b9b251bc50a3739f147a46f3e0d0585b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 359c8c5aa709d2ae02bc28bc9b36ba56b9b251bc50a3739f147a46f3e0d0585b, en de alinea staat in dat document op bytes 7863 tot 8546.