Citaat | Rechtbank Den Haag 24 mei 2016

Onder 5.8 Rechtbank Den Haag 24 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5600.

Het voorgaande brengt mee dat voor rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst opzegging vereist is. Gelet op het door werkgever in deze procedure ingenomen standpunt dat dit niet het geval is en de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op het moment dat de overeengekomen tijd is verstreken, 31 december 2015, wordt de onder 2.2 weergegeven brief van werkgever niet als (poging tot) opzegging gekwalificeerd en begrijpt de kantonrechter dat deze brief ook niet als opzegging is bedoeld. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst, nu deze niet is opgezegd, niet is geëindigd. Werknemers verzoek de arbeidsovereenkomst te herstellen zal daarom worden afgewezen. Zijn verzoeken tot toelating tot zijn functie en betalingen van salaris met rente zijn, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, toewijsbaar als na te melden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/180abdb8ac7d0b25f5003de131ca655ac9dc2a1a2b0cd8477cda52d0ed9dcbd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 180abdb8ac7d0b25f5003de131ca655ac9dc2a1a2b0cd8477cda52d0ed9dcbd0, en de alinea staat in dat document op bytes 21819 tot 22668.