Citaat | Rechtbank Den Haag 22 januari 2016

Onder 5.1. Rechtbank Den Haag 22 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:566.

In de tussen Ad Hoc en [gedaagde 1] c.s. gesloten overeenkomsten is opgenomen dat alle over deze overeenkomsten tussen partijen opkomende geschillen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag, met uitzondering van die geschillen waarvan de kantonrechter kennisneemt. Bij wijze van incident stellen [gedaagde 1] c.s. echter voor alle weren dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank niet bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Onder verwijzing naar artikel 108 Rv stellen zij dat het partijen in beginsel vrij staat bij overeenkomst een andere rechter aan te wijzen dan die welke volgens de wettelijke regeling bevoegd is. Zij stellen zich op het standpunt dat die keuzevrijheid wordt beperkt, nu in zaken van huur van woonruimte op basis van artikel 7:290 BW uitsluitend de rechter bevoegd is van de plaats waar de betreffende onroerende zaak is gelegen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag is daarom onbevoegd en dient de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, in welk arrondissement Bloemendaal is gelegen, aldus nog steeds [gedaagde 1] c.s. Nu uit de hierna vermelde overwegingen zal volgen dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter van een huurovereenkomst geen sprake is, worden [gedaagde 1] c.s. niet gevolgd in hun standpunt dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank onbevoegd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/173e4e7ce52a78da604a37fc81d0d258ad35b92682ef98c5aa60f9058bb7ffb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 173e4e7ce52a78da604a37fc81d0d258ad35b92682ef98c5aa60f9058bb7ffb1, en de alinea staat in dat document op bytes 20556 tot 21943.