Citaat | Rechtbank Den Haag 22 januari 2016
Onder 5.9. Rechtbank Den Haag 22 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 22 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:566.
Uit het voorgaande volgt dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten niet kunnen worden aangemerkt als huurovereenkomsten (waarmee ook het onder 5.1. opgevoerde betoog inzake de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter wordt verworpen). [gedaagde 1] c.s. kunnen zich daarom niet met recht beroepen op bepalingen van huurbescherming. De overeenkomsten zijn derhalve in beginsel opzegbaar, met inachtneming van de daarin opgenomen opzegtermijn. [gedaagde 1] c.s. kunnen zich ook niet met recht beroepen op de redelijkheid en billijkheid. In de overeenkomsten is immers expliciet bepaald dat zij zich niet op huurbescherming kunnen beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/173e4e7ce52a78da604a37fc81d0d258ad35b92682ef98c5aa60f9058bb7ffb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 173e4e7ce52a78da604a37fc81d0d258ad35b92682ef98c5aa60f9058bb7ffb1, en de alinea staat in dat document op bytes 27976 tot 28672.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/173e4e7ce52a78da604a37fc81d0d258ad35b92682ef98c5aa60f9058bb7ffb1 | shasum -a 256