Citaat | Rechtbank Den Haag 30 mei 2016

Onder 13 Rechtbank Den Haag 30 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6217.

27. Over de vraag of inmenging in het privéleven en het familie- en gezinsleven van eiser gerechtvaardigd is, heeft verweerder in het bestreden besluit het algemeen belang afgezet tegen het persoonlijk belang van eiser, dat is gediend met het hier te lande kunnen voortzetten van zijn familie- en gezinsleven en zijn privéleven. Het algemeen belang van de staat is volgens verweerder gelegen in de bescherming van de openbare orde, het voorkomen van strafbare feiten en de bescherming van de rechten van anderen, welk belang wordt genoemd in het tweede lid van artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft geconcludeerd dat de inmenging noodzakelijk en gerechtvaardigd is en dat afweging van de belangen ertoe leidt dat aan het algemeen belang meer gewicht wordt toegekend. Daartoe heeft verweerder erop gewezen dat eiser bij onherroepelijk geworden vonnissen herhaaldelijk is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen wegens het plegen van misdrijven. Verweerder heeft in aanmerking genomen dat vanuit nationaal vreemdelingrechtelijk oogpunt sprake is van openbare-orde-aspecten die in de weg staan aan het verblijf van eiser in Nederland. Tevens heeft verweerder de guiding principles , zoals verwoord in het arrest van 2 augustus 2001 inzake Boultif en het arrets van 18 oktober 2006 inzake Üner in de belangenafweging betrokken. Daarnaast heeft verweerder in aanmerking genomen dat uit het arrest van het EHRM in de zaak Balogun tegen het Verenigd Koninkrijk van 10 april 2012 niet volgt dat artikel 8 van het EVRM eraan in de weg staat dat ‘settled migrants’ kunnen worden uitgezet naar het land van herkomst, zij het dat daarvoor vereist is dat sprake is van ‘very serious reasons’. Daarbij zijn voor het EHRM in de eerste plaats de volgende factoren van belang: de aard en de ernst van het misdrijf, of de vreemdeling meerderjarig is en of sprake is van recidive. In de tweede plaats acht het EHRM volgens verweerder van betekenis hoe lang de vreemdeling in het gastland heeft verbleven en in hoeverre sprake is geweest van rechtmatig verblijf. In de derde plaats acht het EHRM volgens verweerder van betekenis hoeveel tijd er is verstreken sinds het strafbare feit en hoe de vreemdeling zich in die tijd heeft gedragen en ten slotte wordt gekeken naar de hechtheid van de sociale, culturele en familiebanden in het gastland en in het land van herkomst. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de in aanmerking te nemen factoren zijn beoordeeld en heeft geconcludeerd dat gezien de aard en de ernst van de door eiser bij herhaling gepleegde misdrijven, die een ontwrichtend effect hebben op de Nederlandse samenleving, sprake is van ‘serious reasons’ als bedoeld in het arrest Balogun.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41c7c2e9c59600cbdde323913da339be2c7eb6beb3901e1a4f4c28bf981b9c88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41c7c2e9c59600cbdde323913da339be2c7eb6beb3901e1a4f4c28bf981b9c88, en de alinea staat in dat document op bytes 32720 tot 35494.