Citaat | Rechtbank Den Haag 30 mei 2016
Onder 13 Rechtbank Den Haag 30 mei 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6217.
28. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen dat eiser onherroepelijk is veroordeeld tot gevangenisstraffen van in totaal 71,5 maanden, wegens diverse vermogens- en geweldsdelicten. Verweerder heeft hieruit opgemaakt dat eiser al vanaf 1988 bij herhaling strafbare feiten en misdrijven heeft gepleegd, die schade toebrengen aan anderen en dat het belang bij het handhaven van de openbare daarom zwaarder weegt dan het belang van eiser. Daarbij heeft verweerder in aanmerking genomen dat eisers laatste veroordeling ziet op een feit dat is gepleegd op 10 oktober 2012, maar dat dit geen bijzondere omstandigheid oplevert omdat het inreisverbod is gebaseerd op meerdere veroordelingen tot gevangenisstraffen wegens misdrijven. Volgens verweerder is sprake van een herhaaldelijk, kenbaar, plegen van misdrijven in de periode van 1988 tot en met 2012, waarbij is gebleken dat hij is veroordeeld wegens verschillende misdrijven waartegen een gevangenisstraf van meer dan zes jaren is bedreigd. Laatstbedoelde misdrijven worden in artikel 6.5a, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000 aangemerkt als een ernstige bedreiging voor de openbare orde en de openbare veiligheid. Anders dan eiser in beroep heeft betoogd, heeft verweerder de periode dat eiser niet is veroordeeld niet buiten beschouwing gelaten. Verweerder heeft zich evenwel niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de recidive en de aard van de delicten in dit geval dan ook zwaarder wegen dan de periode die is verstreken sinds de laatste veroordeling. Het betoog van eiser dat hij al meer dan vijftien jaar geen feiten heeft gepleegd die maken dat sprake zou zijn van ‘serious reasons’ om tot verblijfsontzegging en het opleggen van een zwaar inreisverbod over te gaan gaat in dit verband niet op. Weliswaar moet eiser worden toegegeven dat de tegen hem uitgesproken veroordelingen van de laatste jaren een min of meer lichter karakter hebben, maar dat neemt niet weg dat het patroon van het plegen van misdrijven gedurende een periode van ongeveer 24 jaar niet wezenlijk is doorbroken en dat verweerder de relatief korte periode dat eiser niet is veroordeeld daaraan heeft mogen relateren. Waarom - zoals is betoogd - de door eiser vóór de millenniumwisseling gepleegde feiten in dit kader niet meer relevant zouden zijn, is de rechtbank niet duidelijk geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41c7c2e9c59600cbdde323913da339be2c7eb6beb3901e1a4f4c28bf981b9c88. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41c7c2e9c59600cbdde323913da339be2c7eb6beb3901e1a4f4c28bf981b9c88, en de alinea staat in dat document op bytes 35514 tot 37907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41c7c2e9c59600cbdde323913da339be2c7eb6beb3901e1a4f4c28bf981b9c88 | shasum -a 256