Citaat | Rechtbank Den Haag 18 januari 2016
Onder 3.8.1 Rechtbank Den Haag 18 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:629.
De rechtbank ziet zich thans gesteld voor de vraag, of artikel 83a (nieuw) Vw noopt tot een wijziging van voornoemde lijn. In dit artikel ligt de opdracht besloten voor de rechter om een volledig en ex nunc onderzoek naar zowel de feitelijke als juridische gronden te verrichten. De rechtbank ziet zich gelet hierop voor de vraag gesteld wat de betekenis is van artikel 83a Vw en het daaraan ten grondslag liggende artikel 46, derde lid, van de herziene Procedurerichtlijn voor de rechterlijke toetsing van een in een asielbesluit opgenomen (geloofwaardigheids)oordeel. De rechtbank is van oordeel dat de beantwoording van deze vraag tevens van belang is in de onderhavige zaak, waarin verweerder zich op het standpunt heeft gesteld een nieuw asielmotief niet te zullen beoordelen in de onderhavige procedure, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis van artikel 83a Vw. Een (geloofwaardigheids)oordeel over het nieuwe asielmotief van eiser ontbreekt derhalve. De rechtbank zoekt voor de uitleg van artikel 83a Vw aansluiting bij hetgeen de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, bij uitspraak van 1 oktober 2015 (ECLI:RBDHA:2015:11350) heeft overwogen onder 3 en 4: “(…) Meer in het bijzonder dient de vraag te worden beantwoord of het verrichten van een volledig onderzoek betekent dat de rechter, los van het door het bestuur verrichte onderzoek en los van de beoordeling door het bestuur (met inbegrip van de beoordeling van de geloofwaardigheid van hetgeen door de desbetreffende vreemdeling naar voren is gebracht), zelfstandig de feiten in de desbetreffende zaak moet vaststellen en een eigen beoordeling (van de geloofwaardigheid) van het asielrelaas moet geven en aan de hand daarvan moet beoordelen of terecht een verblijfsvergunning is geweigerd (‘beoordelende rechter’). Een zodanige benadering wijkt echter af van het Nederlandse bestuursrechtelijke bestel, waarvan het vreemdelingenrecht deel uitmaakt. In dit bestel voert het bestuur, in dit geval de staatssecretaris, de wet uit en is het de taak van de bestuursrechter de daartoe door de staatssecretaris genomen besluiten, indien daartegen beroep is ingesteld, op rechtmatigheid te toetsen aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden, met inachtneming van ambtshalve te toetsen voorschriften van openbare orde (‘toetsende rechter’). De vraag dient beantwoord te worden of artikel 83a van de Vw 2000 als implementatie van artikel 46, derde lid, van de Richtlijn noopt tot afwijking van die toetsende rol van de bestuursrechter. Zoals volgt uit de toelichting bij het voorstel van de Commissie (COM 2009 (554)) is artikel 46, derde lid, van de Richtlijn gebaseerd op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) en het Europees Hof voor de rechten van de mens (hierna: het EHRM). Bij de beantwoording van de hiervoor gestelde vraag dient de rechtbank daarom deze rechtspraak te betrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eca0f62214bd06421bce64b442b278e7cadcdd9106f6aaed89972e866f2adcdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eca0f62214bd06421bce64b442b278e7cadcdd9106f6aaed89972e866f2adcdc, en de alinea staat in dat document op bytes 25678 tot 28819.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eca0f62214bd06421bce64b442b278e7cadcdd9106f6aaed89972e866f2adcdc | shasum -a 256