Citaat | Rechtbank Den Haag 18 januari 2016
Onder 3.8.1 Rechtbank Den Haag 18 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 18 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:629.
De rechtbank is bekend met arresten, waarin het EHRM zich actiever heeft opgesteld in het feitenonderzoek, in het geval de nationale autoriteiten daarin zijn tekortgeschoten, bijvoorbeeld het arrest van 18 november 2014 (M.A. tegen Zwitserland, zaak nr. 52589/13). Dat zelfstandige onderzoek van het EHRM moet echter verklaard worden vanuit de positie die het EHRM inneemt als laatste vangnet. Anders dan de Nederlandse bestuursrechter heeft het EHRM niet de mogelijkheid om een besluit te vernietigen indien het (feiten)onderzoek onvolledig of onzorgvuldig is geweest. Het EHRM dient in dat geval dus zelfstandig vast te stellen of uitzetting zal leiden tot schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). Voor de Nederlandse bestuursrechter bestaat die noodzaak niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eca0f62214bd06421bce64b442b278e7cadcdd9106f6aaed89972e866f2adcdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eca0f62214bd06421bce64b442b278e7cadcdd9106f6aaed89972e866f2adcdc, en de alinea staat in dat document op bytes 30174 tot 31102.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eca0f62214bd06421bce64b442b278e7cadcdd9106f6aaed89972e866f2adcdc | shasum -a 256