Citaat | Rechtbank Den Haag 16 juni 2016
Onder 2.3 Rechtbank Den Haag 16 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6772.
Ter beoordeling staat of de verwijten vermeld bij rechtsoverweging 1.3 gegrond zijn en zo ja, of dit moet leiden tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling die de bewindvoerder heeft verzocht. Met name moet de rechtbank beoordelen of schuldenares een verwijt kan worden gemaakt dat zij bij de toelating niet heeft gemeld dat de schuld aan de belastingdienst niet € 10.000,-- bedroeg, maar € 34.032,20. Als de rechtbank toen namelijk op de hoogte was geweest van dat laatste bedrag, had de rechtbank kunnen (en moeten) beoordelen of schuldenares (ook) ten aanzien van dit hogere bedrag te goeder trouw is geweest in de zin van 288, eerste lid onder b, Fw. De rechtbank oordeelt dat de gang van zaken niet (geheel) aan schuldenares kan worden toegerekend, en overweegt daartoe als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f1e82b2c7a194a7db04ec3e2de2b7cb32dcbdee79b4c7682c72eae7681951c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f1e82b2c7a194a7db04ec3e2de2b7cb32dcbdee79b4c7682c72eae7681951c, en de alinea staat in dat document op bytes 9894 tot 10717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67f1e82b2c7a194a7db04ec3e2de2b7cb32dcbdee79b4c7682c72eae7681951c | shasum -a 256