Citaat | Rechtbank Den Haag 17 juni 2016

Onder 5.2.3. Rechtbank Den Haag 17 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6803.

Ter zitting heeft B. Braun betoogd dat zij in Nederland niet eerder een kort geding aanhangig heeft gemaakt omdat zij haar vordering in verband met de lopende oppositieprocedure minder kansrijk achtte. Wat hier ook van zij, deze afweging moet voor haar rekening en risico blijven en het doet ook niet af aan het hiervoor beschreven tijdsverloop. Dit klemt temeer nu B. Braun Becton c.s. nooit heeft gesommeerd en zij ook geen actie heeft ondernomen nadat de OD het octrooi ongewijzigd in stand had gelaten. Daarbij komt dat B. Braun voorafgaand aan de uitspraak van de TKB in Duitsland en Oostenrijk wel een inbreukprocedure is gestart. Dit betekent dat het, kennelijk ook in de ogen van B. Braun, mogelijk was in een eerder stadium te procederen. Desgevraagd heeft B. Braun verklaard dat Duitsland haar thuismarkt is, dat zij bereid is daar meer (proces)risico te lopen en dat zij niet op alle plaatsen tegelijk kan procederen. Deze omstandigheden – wat daarvan ook zij – creëren evenwel geen spoedeisend belang dat thans een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fff109e00c2431a54d0015feb17cae18ce8ca11fdcb11a3c8c0335f8bdc1e935. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fff109e00c2431a54d0015feb17cae18ce8ca11fdcb11a3c8c0335f8bdc1e935, en de alinea staat in dat document op bytes 33764 tot 34846.