Citaat | Rechtbank Den Haag 16 juni 2016

Alinea 55 Rechtbank Den Haag 16 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6960.

Nu Brussel IIbis en het HKBV 1996 toepassing missen, en er ook overigens geen verdragen of verordeningen zijn die in de onderhavige zaak handvatten bieden voor het aannemen van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, wordt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beheerst door de bepalingen van afdeling 1 van titel 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Gelet op het hiervoor genoemde bijzondere karakter van de verzochte uitspraak mist artikel 5 Rv – dat betrekking heeft op ouderlijke verantwoordelijkheid – toepassing. Nu de vader zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, de laatste gezamenlijke gewone verblijfplaats van partijen met de minderjarige in Nederland was en allen de Nederlandse nationaliteit hebben, is de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden. Daarom is de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 Rv bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De omstandigheid dat de minderjarige ten tijde van de indiening van het verzoek (vermoedelijk) feitelijk in Syrië verblijft, leidt niet tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/245ca12db951afca2edd879f80bb44ebcf529e39f9d4face85ed7d591aed9330. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 245ca12db951afca2edd879f80bb44ebcf529e39f9d4face85ed7d591aed9330, en de alinea staat in dat document op bytes 17631 tot 18731.