Citaat | Rechtbank Den Haag 27 januari 2016

Onder 2.51. Rechtbank Den Haag 27 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:700.

In het belang van de waarheidsvinding en ter voorkoming van eventueel onnodig of dubbel werk, zal de rechtbank de Staat op de voet van artikel 22 Rv bevelen om een – zoveel mogelijk met stukken onderbouwde – toelichting per weduwe te geven op zijn bevindingen bij de verificatie van de bij hem ingediende claims onder de Bekendmaking. Daarbij kan de Staat ten aanzien van reeds in het geding gebrachte stukken volstaan met verwijzing daarnaar. In het geval de Staat ook onderzoek heeft gedaan in het Nationaal Archief (en enig ander archief) dient hij tevens de daar door hem geraadpleegde stukken met vindplaats te vermelden. Indien en voor zover de Staat onderzoek heeft gedaan naar de vorderingen van de kinderen, dient hij eveneens op gelijke wijze een toelichting te geven en zijn bevindingen in het geding te brengen. De Staat zal dus zijn bevindingen ten aanzien van alle thans resterende weduwen en kinderen – ten aanzien van wie verificatie heeft plaatsgehad – dienen toe te lichten en te onderbouwen. Ten overvloede en ter voorkoming van misverstanden merkt de rechtbank op dat dit beval alleen ziet op de weduwen en de kinderen die partij zijn in deze procedures. De deskundige dient deze toelichting en de bevindingen van de Staat te betrekken in zijn onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec, en de alinea staat in dat document op bytes 58504 tot 59799.