Citaat | Rechtbank Den Haag 27 januari 2016
Onder 2.4. Rechtbank Den Haag 27 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:700.
Zoals in het tussenvonnis is overwogen, is voor toewijzing van de vorderingen van de weduwen en de kinderen vereist dat in rechte komt vast te staan dat zij 1) weduwe of kind zijn van 2) een destijds door militairen in dienst van de toenmalige Nederlandse (koloniale) overheid onrechtmatig geëxecuteerde man. Naar het in deze procedures toe te passen civiele bewijsrecht rusten de stelplicht en de bewijslast van deze stellingen op de weduwen en de kinderen. Zonder steunbewijs zijn de enkele eigen stellingen of partijverklaringen van de weduwen en de kinderen voor beide elementen van dat bewijs in rechte onvoldoende. De rechtbank merkt overigens op dat de weduwen en de kinderen enkel schriftelijk bewijs met vrije bewijskracht hebben bijgebracht. Ook voor de eigen schriftelijke verklaringen van de weduwen en de kinderen geldt dat deze voldoende concrete en objectiveerbare steun moeten vinden in andere bewijsmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec, en de alinea staat in dat document op bytes 14593 tot 15533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec | shasum -a 256