Citaat | Rechtbank Den Haag 27 januari 2016
Onder 2.8. Rechtbank Den Haag 27 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:700.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis de individuele bewijsposities van de weduwen en de kinderen besproken. Ten aanzien van de weduwen en de kinderen die nu nog voort procederen heeft de rechtbank geconcludeerd dat op grond van het tot dan toe bijgebrachte bewijs niet als vaststaand kon worden aangenomen dat zij daadwerkelijk weduwe of kind zijn van een in 1946-1947 door Nederlandse militairen onrechtmatig geëxecuteerde man. De rechtbank heeft deze weduwen en kinderen in de gelegenheid gesteld om – zoals zij ook hadden aangeboden – bij akte nadere bewijsstukken te produceren en zich uit te laten over de vraag of zij daarnaast nog relevante getuigen wensen te horen, en zo ja, welke getuigen en op welke wijze.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec, en de alinea staat in dat document op bytes 18302 tot 19039.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/392f711b96df50280c1f6ce4f53b9f84af8b9b3023671caa117474879ae287ec | shasum -a 256