Citaat | Rechtbank Den Haag 27 januari 2016

Onder 4.6. Rechtbank Den Haag 27 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:702.

De Staat wijst er terecht op dat de ratio van verjaring is gelegen in de rechtszekerheid en dat verjaring er ook toe strekt om de schuldenaar te beschermen tegen ‘oude’ vorderingen, waarmee hij, nadat de verjaringstermijn is verstreken geen rekening meer hoeft te houden. Mede vanwege de moeilijkheden die kunnen ontstaan als lang nadien feiten moeten worden vastgesteld en verwijten moeten worden beoordeeld, geldt als uitgangspunt dat strikt de hand moet worden gehouden aan verjaringstermijnen. Naar het huidige recht kan daar een uitzondering op worden gemaakt, als het beroep op verjaring in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook naar oud recht was het – zoals in de zaak Rawagedeh ook is geoordeeld – mogelijk een beroep op verjaring in de gegeven omstandigheden in strijd met de goede trouw te achten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87, en de alinea staat in dat document op bytes 22757 tot 23645.