Citaat | Rechtbank Den Haag 27 januari 2016

Onder 4.11. Rechtbank Den Haag 27 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:702.

Op geen enkele manier blijkt dat de Staat van meet af aan kennis droeg of kon dragen van deze concrete door [eiser] gestelde foltering tijdens zijn gestelde gevangenschap. Dat neemt niet weg dat de Staat – meer in den brede – moet hebben geweten dat Nederlandse militairen zich in 1946-1949 schuldig maakten aan ernstige misdragingen tegenover arrestanten en (krijgs)gevangenen, vergelijkbaar met de door [eiser] gestelde foltering. Dat blijkt uit de berechtingen van militairen voor soortgelijke misdragingen die zijn opgesomd in bijlage 8 van de Excessennota. Daarin staat dat Nederlandse militairen zijn veroordeeld voor stompen en slaan met een gummistok, soms met overlijden van de arrestant als gevolg. Een ander beschreven geval betreft het, toen de bekentenis uitbleef tijdens het verhoor, benzine over een arrestant gieten en een brandende lucifer in de richting van de arrestant gooien waarna de kleding van de arrestant vlam vatte en deze aan zijn verwondingen overleed. Andere voorbeelden zijn het slaan met een stok van een arrestant, het plaatsen van een brandende sigaret op de huid en het aan een paal vastbinden van een arrestant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87, en de alinea staat in dat document op bytes 26715 tot 27879.