Citaat | Rechtbank Den Haag 27 januari 2016
Onder 4.22. Rechtbank Den Haag 27 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 27 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:702.
Uit het voorgaande blijkt dat het karakter van verjaringstermijnen en het met strikte handhaving daarvan gediende belang zijn verdisconteerd in het oordeel van de rechtbank. Anders dan de Staat suggereert is met dit oordeel niet in algemene zin gezegd dat in feite alle gedragingen van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in 1946-1949 opnieuw in rechte aan de orde zullen kunnen worden gesteld, ook al zijn de toepasselijke verjaringstermijnen al decennia verstreken. Dit oordeel geldt alleen ten aanzien van de vordering van [eiser] . In iedere (eventueel volgende) zaak die betrekking heeft op gestelde misdragingen van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in 1946-1949, waarin de Staat zich beroept op verjaring, dient de vraag of dat beroep op verjaring door de Staat in de gegeven omstandigheden in strijd met de goede trouw is, te worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandigheden van dat specifieke geval, zoals die in die zaak op dat moment aan de orde zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87, en de alinea staat in dat document op bytes 35463 tot 36476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83abb47e9115bc6f209edb8b7e4297eecd31b6bd19cf41653fb2d5b453a1f87 | shasum -a 256