Citaat | Rechtbank Den Haag 28 april 2016

Alinea 103 Rechtbank Den Haag 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 28 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7057.

Ad b) De Hoge Raad heeft op 9 oktober 2015 een prejudiciële beslissing gegeven op een tweetal door het Hof Amsterdam bij arrest van 20 januari 2015 gestelde prejudiciële vragen (ECLI:NL:HR:2015:3018) in een zaak tussen Dexia en een afnemer van een effectenleaseovereenkomst. De Hoge Raad heeft daarbij beslist dat de stuitende werking op de voet van artikel 3:316 lid 1 BW van een collectieve vordering in de zin van artikel 3:305a BW zich uitstrekt tot de verjaring van een op die collectieve actie aansluitende, individuele vordering tot vernietiging van rechtshandelingen krachtens artikel 1:89 BW en dat dit ingevolge het bepaalde in artikel 3:52 lid 2 BW ertoe leidt dat ook de verjaring van de bevoegdheid tot het uitbrengen van een buitengerechtelijke verklaring tot vernietiging wordt gestuit. Voorts heeft de Hoge Raad daarin bepaald dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring als hiervoor bedoeld, die wordt uitgebracht voor het tijdstip waarop de in artikel 3:316 lid 2 BW bedoelde termijn van zes maanden is verstreken, tijdig is uitgebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/484beee794e36109cf76bdfc3cbec2378467ca7275131e09ad289b28950fa2f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 484beee794e36109cf76bdfc3cbec2378467ca7275131e09ad289b28950fa2f9, en de alinea staat in dat document op bytes 34294 tot 35372.