Citaat | Rechtbank Den Haag 28 april 2016

Alinea 108 Rechtbank Den Haag 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 28 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7057.

Voor het geval de verjaring wel is gestuit door het uitbrengen van bedoelde dagvaarding, heeft Dexia – mede op de pleidooizitting – gesteld dat uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 niet kan worden afgeleid dat indien een collectieve actie wordt gevolgd door een collectieve schikking en een verzoek tot verbindendverklaring van die collectieve schikking, dat laatste verzoek de verjaring van de vernietigingsmogelijkheid wederom stuit. De collectieve actie van Stichting Eegalease is geëindigd in een collectieve schikking, zijnde de Hoofdovereenkomst van 23 juni 2005. Het verzoek tot verbindendverklaring is geen nieuwe eis in de zin van artikel 3:316 BW. Ook de uiteindelijke verbindendverklaring door het Hof Amsterdam heeft geen stuitende werking. Dat een gerechtigde pas na de verbindendverklaring hoeft te besluiten of hij gebruikt maakt van de opt-out mogelijkheid, betekent niet dat het verzoek tot verbindendverklaring ook de verjaring stuit. Bovendien heeft de Hoge Raad op 9 oktober 2015 geoordeeld dat de collectieve actie op een andere wijze is geëindigd dan door toewijzing. Hiermee is onverenigbaar dat de collectieve actie zou zijn geëindigd met de beschikking tot verbindendverklaring van het Hof Amsterdam van 25 januari 2007, aldus Dexia.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/484beee794e36109cf76bdfc3cbec2378467ca7275131e09ad289b28950fa2f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 484beee794e36109cf76bdfc3cbec2378467ca7275131e09ad289b28950fa2f9, en de alinea staat in dat document op bytes 38226 tot 39536.