Citaat | Rechtbank Den Haag 28 april 2016

Alinea 96 Rechtbank Den Haag 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 28 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7057.

[gedaagde] heeft hiertegen aangevoerd dat zijn echtgenote pas kort voor het versturen van de vernietigingsbrief, omstreeks het begin van 2006, daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Hij heeft zijn echtgenote toen verteld over de inhoud van de overeenkomst naar aanleiding van zijn aanmelding bij Leaseproces. Aanvankelijk wist zijn echtgenote alleen dat hij ging sparen bij Dexia. Zij wist wel dat de spaarregeling iets met aandelen te maken had, maar verder niet. Zo wist zij niet dat er maandelijkse termijnen werden betaald om af te betalen noch wist zij dat de zaak bij aanvang aan [gedaagde] was geleverd, aldus [gedaagde]. Van instemming van zijn echtgenote met de leaseovereenkomst is volgens [gedaagde] geen sprake. De wet vereist bovendien dat toestemming door de echtgeno(o)te schriftelijk wordt verleend (artikel 1:88 lid 3 BW) en dat is hier niet gebeurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/484beee794e36109cf76bdfc3cbec2378467ca7275131e09ad289b28950fa2f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 484beee794e36109cf76bdfc3cbec2378467ca7275131e09ad289b28950fa2f9, en de alinea staat in dat document op bytes 30720 tot 31620.