Citaat | Rechtbank Den Haag 4 januari 2016

Onder 6.7. Rechtbank Den Haag 4 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:71.

Verder stelt VCKG dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in verwijtbaar handelen van [verweerster] dat er uit bestaat dat [verweerster] zich heeft laten betalen door een werving- en selectiebureau voor het door VCKG aannemen van door dat bureau aangebracht personeel. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door VCKG in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Met VCKG overweegt de kantonrechter dat [verweerster] , die een vertrouwensfunctie binnen de onderneming van VCKG heeft, integer behoort te zijn. De kantonrechter acht het niet van belang of [verweerster] zelf om de vergoedingen heeft gevraagd of het werving- en selectiebureau uit eigen beweging de vergoedingen aan [verweerster] heeft aangeboden. Het had op de weg van [verweerster] gelegen om te melden aan haar leidinggevende(n) dat zij in totaal € 2.466,- aan vergoedingen van het werving- en selectiebureau heeft aangenomen. De kantonrechter acht het begrijpelijk dat VCKG geen vertrouwen meer heeft in [verweerster] nu zij dit feit voor VCKG heeft verzwegen. De overige verwijten van VCKG aan het adres van [verweerster] , die door [verweerster] gemotiveerd zijn betwist, zal de kantonrechter verder onbesproken laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f67d9026663f849ee4174341a9815000c6f8e56777ebc33a2a780ac8d930f885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f67d9026663f849ee4174341a9815000c6f8e56777ebc33a2a780ac8d930f885, en de alinea staat in dat document op bytes 22964 tot 24298.