Citaat | Rechtbank Den Haag 4 januari 2016

Onder 6.11. Rechtbank Den Haag 4 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:71.

De kantonrechter is van oordeel dat de handelwijze van [verweerster] niet als ‘ernstig verwijtbaar’ in de zin van artikel 7:673 lid 7 sub c BW kan worden gekwalificeerd. In de wetgeschiedenis zijn voorbeelden gegeven van situaties waarbij sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verweerster] . Een dergelijke of daarmee gelijk te stellen situatie is hier echter niet aan de orde. [verweerster] was zich naar eigen zeggen bij het aannemen van de vergoeding van het werving- en selectiebureau van geen kwaad bewust en heeft geen benadeling van VCKG voor ogen gehad. Dit is zeker kwalijk te noemen nu [verweerster] gelet op artikel 9.6 van de arbeidsovereenkomst beter had moeten weten, maar haar handelen, hoe laakbaar ook, rechtvaardigt niet dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder dat haar een transitievergoeding toekomt. De arbeidsovereenkomst zal daarom, met toepassing van artikel 7:671b lid 8 onder a BW, worden ontbonden per 1 maart 2016. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, met dien verstande dat een termijn van ten minste een maand resteert. VCKG zal daarnaast worden veroordeeld de op grond van artikel 7:673 BW verschuldigde transitievergoeding aan [verweerster] te voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f67d9026663f849ee4174341a9815000c6f8e56777ebc33a2a780ac8d930f885. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f67d9026663f849ee4174341a9815000c6f8e56777ebc33a2a780ac8d930f885, en de alinea staat in dat document op bytes 25966 tot 27296.