Citaat | Rechtbank Den Haag 5 juli 2016

Alinea 19 Rechtbank Den Haag 5 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7828.

5. Verweerder stelt dat de accijns terecht is nageheven van eiser op grond van artikel 51, eerste lid, onder b, van de Wet, omdat eiser op enige wijze bij het voorhanden hebben van de sigaretten betrokken was. Door de wijziging van de Wet per 1 april 2010 is het, aldus verweerder, niet van belang of eiser de feitelijke beschikkingsmacht had over de sigaretten en of hij wist dat het om onveraccijnsde sigaretten ging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0af088dd42126e10bd3661b2eaac6d2b0cfc5717622f45cc6034948db7b5d2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0af088dd42126e10bd3661b2eaac6d2b0cfc5717622f45cc6034948db7b5d2a, en de alinea staat in dat document op bytes 9910 tot 10344.