Citaat | Rechtbank Den Haag 5 juli 2016

Alinea 25 Rechtbank Den Haag 5 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7828.

“De in de jurisprudentie van de Hoge Raad ontwikkelde voorwaarden voor toepassing van artikel 2f, zoals de feitelijke beschikkingsmacht en het wetenschapsvereiste, zijn voor de toepassing van het nieuwe artikel 2, eerste lid, onderdeel b, niet meer van belang. Ter zake van het in deze bepaling bedoelde “voorhanden hebben” wijst de Accijnsrichtlijn 2008 (artikel 8, eerste lid, onderdeel b) als belastingplichtige aan “de persoon die de accijnsgoederen voorhanden heeft of enig ander persoon die bij het voorhanden hebben ervan betrokken is”. Dit betekent dat ook een persoon, die niet de feitelijke beschikkingsmacht over de accijnsgoederen heeft, maar wel betrokken is bij het voorhanden hebben van die goederen, als belastingplichtige kan worden aangemerkt. De Accijnsrichtlijn 2008 vereist voorts niet dat degene die accijnsgoederen voorhanden heeft wetenschap droeg of redelijkerwijs had moeten dragen van het feit dat de goederen niet conform de wettelijke bepalingen in de heffing zijn betrokken (wetenschapsvereiste).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0af088dd42126e10bd3661b2eaac6d2b0cfc5717622f45cc6034948db7b5d2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0af088dd42126e10bd3661b2eaac6d2b0cfc5717622f45cc6034948db7b5d2a, en de alinea staat in dat document op bytes 11760 tot 12813.