Citaat | Rechtbank Den Haag 4 juli 2016

Alinea 75 Rechtbank Den Haag 4 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7961.

Voorts dient beoordeeld te worden of ingevolge artikel 10:95 lid 3 BW naar Congolees recht is voldaan aan de vereisten die aan de toestemming van de moeder voor de erkenning worden gesteld. Hoewel – zoals hiervoor overwogen – naar Congolees recht niet blijkt dat de moeder toestemming moet geven voor erkenning, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de overgelegde stukken, waaronder de schriftelijke verklaring van de vrouw d.d. 21 september 2012, en de verklaringen van de man voldoende dat de moeder heeft ingestemd met de erkenning door de man van de minderjarigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/263a33ed9ac592493d0a6a3aecef124acf6e778fc6672aa7d1b64a5f49f2e20f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 263a33ed9ac592493d0a6a3aecef124acf6e778fc6672aa7d1b64a5f49f2e20f, en de alinea staat in dat document op bytes 20995 tot 21589.