Citaat | Rechtbank Den Haag 4 juli 2016
Alinea 76 Rechtbank Den Haag 4 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7961.
Tot slot dient te worden beoordeeld of van een schijnhandeling sprake is dan wel of dat de erkenning in Nederland van de Congolese erkenning op andere gronden onverenigbaar is met de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat tussen de man en de minderjarigen een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Voldoende onderbouwd en onweersproken is gebleven de stelling van de man dat de minderjarigen hem ‘papa’ noemen, dat zijn moeder al vanaf de geboorte van de minderjarigen in plaats van de vrouw hun dagelijkse verzorging op zich neemt, dat de man de verzorging en opvoeding van de minderjarigen bekostigt, dat de man en de minderjarigen regelmatig telefonisch contact met elkaar hebben en dat de man een keer per jaar een periode van zes weken naar Congo gaat om de minderjarigen te bezoeken. De man heeft overigens ook aangegeven niet te twijfelen over zijn biologisch vaderschap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/263a33ed9ac592493d0a6a3aecef124acf6e778fc6672aa7d1b64a5f49f2e20f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 263a33ed9ac592493d0a6a3aecef124acf6e778fc6672aa7d1b64a5f49f2e20f, en de alinea staat in dat document op bytes 21646 tot 22689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/263a33ed9ac592493d0a6a3aecef124acf6e778fc6672aa7d1b64a5f49f2e20f | shasum -a 256