Citaat | Rechtbank Den Haag 4 mei 2016

Onder 2.6. Rechtbank Den Haag 4 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8266.

De verdediging heeft gesteld dat het gevraagde onderzoek mogelijk iets kan zeggen over het voorwerp waarmee op het hoofd van het slachtoffer is geslagen, over de volgorde waarin letsel zou zijn toegebracht en over het moment waarop de dood zou zijn ingetreden. Over deze aspecten is in deze zaak eerder door deskundigen gerapporteerd, zodat in zoverre sprake is van een verzoek tot het uitvoeren van een tegenonderzoek. Of een tegenonderzoek is aangewezen, dient te worden beoordeeld aan de hand van vier factoren, te weten a) de gronden waarop het verzoek steunt, b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van – bijvoorbeeld – de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat, c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is en d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe10ad01ab0570e35337f3a0964df95c8d9a7feee0df2ebd7408f82ab712266b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe10ad01ab0570e35337f3a0964df95c8d9a7feee0df2ebd7408f82ab712266b, en de alinea staat in dat document op bytes 15042 tot 16107.